Omweggetjes — 105 oefeningen

** Binnenkort beschikbaar! Bestel hem hier en ontvang hem voor 1 november 2026! **

Een bureauklapper met 105 korte oefeningen in je eigen pedagogische en creatieve vaardigheden als leraar. In elk Omweggetje zit een beperking: je spreekt zonder voorbereiding, je mag niets benoemen, je mag niet gummen. Juist door die beperking zie je wat anders verborgen blijft. Zet de klapper op je bureau, sla een pagina open en begin.

€ 39,95

Categorie:

Beschrijving

Je weet waar je naartoe wilt. Soms is de weg ernaartoe een omweg.

Een leraar die de wereld aan kinderen laat zien, doet wat kunstenaars ook doen. Hij pakt iets uit die wereld (een spellingsregel, een vulkaan, het getal zeven), vormt het om en laat het zo zien dat kinderen er niet alleen iets over te weten komen, maar er ook door geraakt worden. Dat vermogen komt niet zomaar aanwaaien. Je moet het oefenen. Daarvoor is deze bureauklapper gemaakt.

Wat is een Omweggetje?

Een Omweggetje is een korte oefening die je zelf doet. Het is geen werkvorm voor de klas, al staat bij vrijwel elke oefening wat je er met leerlingen mee kunt. Je oefent je eigen kunstzinnigheid.

Voorbeelden: je opent een les met een zin die iets belooft en geeft het antwoord pas aan het eind. Je luistert een minuut met je klas zonder één geluid te benoemen. Je wast na het schilderen je penselen uit, traag en in een vaste volgorde.

Steeds is er een beperking, en die beperking ís de oefening. Laat je haar weg, dan doe je wat je al deed. Houd je haar vast, dan merk je wat er gebeurt, meestal precies op het moment dat je toch wilt gaan uitleggen, corrigeren of samenvatten.

Zeven kwaliteiten, drie niveaus

De 105 Omweggetjes zijn verdeeld over zeven kwaliteiten van elk vijftien oefeningen. Die kwaliteiten komen rechtstreeks uit het boek:

  • Het pedagogische repertoire (naar Gert Biesta): Waarnemen, Verbinden, Verbeelden
  • Het muzische repertoire (naar Bart van Rosmalen): Vertellen, Spelen, Maken, Delen

Elk Omweggetje heeft een niveau van 1 tot 3. Dat niveau zegt niet hoe moeilijk een oefening is. Het zegt hoeveel ze van je vraagt: hoeveel je van jezelf laat zien en hoeveel regie je loslaat. Veel oefeningen doe je alleen, andere met een collega of met je klas.

Drie manieren om te beginnen

  • Sla er één open. Kies niet, doe gewoon wat er staat.
  • Volg een kwaliteit. Werk een tijdlang binnen bijvoorbeeld Waarnemen.
  • Doe het samen. Kies in een teamoverleg of op de pabo één oefening voor iedereen en kom er een week later op terug.

Je hoeft niets af te maken, niets in volgorde te doen en niets af te vinken. Er is geen goede uitvoering. Wel is er verschil tussen een oefening lezen en een oefening doen, en om dat verschil gaat het.

Voor wie

Voor leraren in het basisonderwijs, pabostudenten, kunstvakdocenten en lerarenopleiders. Voorkennis is niet nodig, ervaring met de kunsten ook niet.

Aanvullende informatie

Gewicht 0,45 kg