Het leraarschap staat onder druk. De nadruk op leren, de economische blik op onderwijs en het groeiende aanbod van flitsende, digitale methodes verdringen de leraar als scheppende mens. Er is steeds minder plaats voor de leraar die zelf de wereld aan het kind wil tonen in een pedagogische ruimte. Een ruimte waar het kind de kans krijgt om de betekenis van de wereld te ontdekken en te ervaren wat het voor die wereld kan betekenen. De Griekse Muzen kunnen ons daarbij inspireren.
Met dit prachtig vormgegeven boek laat Michiel Bos zien hoe de kunsten ons kunnen helpen om die pedagogische ruimte vorm te geven. Het boek is met met de vele voorbeelden uit de praktijk een ode aan de leraar die vertelt, speelt, maakt en deelt.
Muzisch Meesterschap is een boek waarin lespraktijk, kunst en onderwijsfilosofie op intrigerende en heldere manier met elkaar zijn vervlochten.
Het is een kunstwerkje op de boekenplank van elke leraar en op de tafel van iedere lerarenkamer!
Met Muzisch Meesterschap onderzoekt Michiel Bos de pedagogiek van kunst en de kunst van pedagogiek. Hij maakt daarbij gebruik van het werk van onder meer Gert Biesta, Jan Masschelein, Maarten Simons en Philippe Meirieu. Vanuit de kunsten komen het vertellen, spelen, maken en delen in beeld als praktische en muzische activiteiten (met dank aan Bart van Rosmalen).
Met deze verkenning van de kunstzinnigheid van de leraar toont Michiel Bos manieren waarop de leraar als scheppende mens zijn onderwijs kan vormgeven. Muzisch Meesterschap onderstreept het belang van de kunsten en een kunstzinnige manier van werken voor het opgroeiende kind.
Samenvatting
Michiel Bos beschrijft de rol van de leraar als muzische meester door te verwijzen naar de Griekse mythe van Orpheus, de oervader van de kunsten. Orpheus wordt gepresenteerd als metafoor voor de leraar die als scheppende intermediair fungeert tussen de wereld van de volwassen en die van het kind.
Aan de hand van de film Stalker van Andrej Tarkovski onderzoekt Bos hoe de kunsten met een eigen taal tot zowel leraar als het kind spreken en op welke unieke wijze zij vensters op de wereld openen en spiegels bieden waarin het kind iets van zichzelf kan herkennen. De kunsten worden gezien als aanspreekpunt voor de ziel, waar denken, voelen en willen samenkomen en waar de binnen- en buitenwereld elkaar aanraken.
Vervolgens introduceert Bos de drie pedagogische gebaren -onderbreken, vertragen en voeden – zoals beschreven door Gert Biesta. Deze gebaren vormen het repertoire waarmee de leraar kinderen uitnodigt om waar te nemen, zich te verbinden en iets van zichzelf terug te geven aan de wereld.
Het muzisch repertoire wordt verder uitgewerkt aan de hand van het werk van Bart van Rosmalen centraal staat. Hierin wordt onderzocht hoe we met vertellen, spelen, maken en delen ruimte en tijd kunnen creëren voor de pedagogische dialoog tussen het kind en zijn omgeving.
Tot slot benadrukt Bos het belang van het volgen van de muzische ontwikkeling van kinderen, niet alleen op het gebied van kennis en vaardigheden, maar ook op de manier waarop zij in dialoog zijn met de wereld om hen heen.
In het nawoord pleit Bos, geïnspireerd door Byung-Chul Han, voor het inzetten van de muzen om kinderen te helpen zich staande te houden in een snel veranderende wereld en handvatten te bieden om bij te dragen aan de samenleving van de toekomst.
Patrick van der Bogt (LinkedIn, 4 december 2025): ‘Tegen een leerkracht aan onze Master Pedagogiek – Hogeschool Utrecht die zich in zijn onderzoek bekommert om ‘de stem van het kind’ heb ik gezegd: ‘Bestel het boek van Michiel en lees. Michiel Bos deelt een moment in de klas waarin hij de kinderen een melodie hoort neuriën wanneer ze bezig zijn met hun schilderwerkje. Hij pakt zijn gitaar. Tast af welke akkoorden werken en begeleidt hen. Een gouden moment.’
Xandra van Hooff (LinkedIn, 2 december 2025): ‘Ik merkte tijdens het lezen dat ik continu zat te knikken, omdat het boek woorden geeft aan wat zoveel mensen in het onderwijs al voelen, namelijk dat de ziel eruit lekt wanneer we alleen maar meten, tellen en plannen. En dat die ziel terugkomt zodra we durven spelen. […]Dus daarom aan alle docenten die woorden zoeken voor meer verhalen, meer spelen, meer maken en meer delen in de klas. Lees dit boek!’
Bart van Rosmalen (LinkedIn, 12 oktober 2025): ‘Ja!! Ik heb zijn boek ‘Muzisch Meesterschap’ in handen. Wat is dit een geweldig mooi en relevant boek over ‘de kunstzinnigheid van de leraar’. Hulde.’
Rob van der Poel (Stichting Nivoz, 30 september 2025): ‘Michiel verrast in toon, variatie en diepte. Leraren, vooral in po en vo, hebben hier iets aan. Met doorleefde praktijken, taal en metaforen voegt hij op alle lagen iets eigens toe.’